STATUTEN ETC.

HUIJBREGTS NOTARISSEN

Kantoor ‘s-Hertogenbosch

 

OPRICHTING VERENIGING                                                              2007.004880.01/TPO/TPO  

Heden, zes november tweeduizendzeven,
verschenen voor mij, mr. Josephus Henricus Oomen, notaris met als plaats van vestiging ’s‑Hertogenbosch:
1.   de heer mr. Peter Paul Marie Berendsen, paspoort nummer NG349013, wonende te Tilburg, Marie Koenenlaan 12 (postcode 5044 NH), geboren te Maartensdijk op twee juli negentienhonderdzesenveertig, gehuwd;
2 . de heer Hielke Albert Faber, paspoort nummer NWCJFDLBO, wonende te Rosmalen (gemeente ‘s-Hertogenbosch), Larikslaan 13 (postcode 5248 BP), geboren te Bolsward op zeven maart negentienhonderdvijfenveertig, gehuwd.
De comparanten verklaarden bij deze akte een vereniging op te richten en daarvoor vast te stellen de navolgende

STATUTEN:

NAAM, ZETEL EN DUUR
Artikel 1
De vereniging draagt de naam: Vereniging van Gepensioneerden van Van Lanschot Bankiers. Zij wordt in de statuten genoemd: ‘de vereniging’. De vereniging heeft haar zetel te ’s‑Hertogenbosch. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.

DOEL EN WERKWIJZE
Artikel 2
1.   Het doel van de vereniging is:
a.   het behartigen van de belangen van haar leden als belanghebbende bij het Pensioenfonds F. van Lanschot;
b.   het behartigen in de meest ruime zin van gemeenschappelijke belangen van haar leden dan wel van bepaalde groepen van haar leden in de hoedanigheid waarin zij tot het lidmaatschap van de vereniging zijn toegetreden, als omschreven in artikel 3 lid 1;
c.   het bevorderen van de onderlinge saamhorigheid tussen haar leden, het bevorderen van de binding met F. van Lanschot Bankiers N.V. en het bevorderen van de rol die de leden (kunnen) spelen als ambassadeur van F. van Lanschot  Bankiers N.V.
2. De vereniging tracht haar doel te bereiken onder meer door:
–     het bevorderen van onderling contact tussen de leden ten behoeve van de leden B (artikel 3 lid 1);
–     het beleggen van ledenvergaderingen ten behoeve van de leden A en B (artikel 3 lid 1);
–     het activeren dat leden elkaar, waar nodig met raad en daad bijstaan, ten behoeve van leden A en B (artikel 3 lid 1);
–     het organiseren van andere activiteiten voor de leden B (artikel 3 lid 1);
–     het organiseren, activeren en stimuleren van de georganiseerde vrijetijdsbesteding van de leden B (artikel 3 lid 1) en hun partners;
–     het inwinnen van adviezen ten behoeve van de leden A en B (artikel 3 lid 1) bij terzake kundige personen en/of instellingen;
–     het onderhouden van regelmatige contacten met de Afdeling HRM van F. van Lanschot Bankiers N.V. en de Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot ten behoeve van de leden A en B (artikel 3 lid 1);
–     het samenwerken met andere verenigingen en groepen, welke een overeenkomstige doelstelling hebben, en zonodig het verkrijgen van het lidmaatschap van (een) zodanige vereniging(en) ten behoeve van de leden A en B (artikel 3 lid 1);
–     alle andere werkwijzen, die bevorderlijk kunnen zijn voor het bereiken van het doel van de vereniging ten behoeve van de leden A en B (artikel 3 lid 1).

LEDEN EN LIDMAATSCHAP
Artikel 3
1.  Leden van de vereniging kunnen zijn:
a.   ten behoeve van de doelomschrijving als opgenomen onder artikel 2 sub a:
–    een gewezen werknemer van Van Lanschot Bankiers N.V., voor wie aanspraak op ouderdomspensioen conform het Pensioenreglement van het Pensioenfonds F. van Lanschot is verzekerd;
–    een gewezen werknemer van F. van Lanschot Bankiers N.V., die een pensioen ontvangt van het Pensioenfonds van F. van Lanschot ontvangt;
–    een (gewezen) werknemer van F. van Lanschot Bankiers N.V., deelnemer in het Pensioenfonds van F. van Lanschot, die, onder toekenning van een maandelijkse uitkering van F. van Lanschot Bankiers N.V., non-activiteit is verleend;
–    de weduwe of weduwnaar of daarmee gelijk te stellen partner van een gewezen werknemer van F. van Lanschot Bankiers N.V., die een pensioen van het Pensioenfonds F. van Lanschot ontvangt;
hierna te noemen de leden A;
b.   ten behoeve van de doelomschrijvingen als opgenomen onder artikel 2, sub a, b en c:
–    een gewezen werrknemer van F. van Lanschot Bankiers N.V., die een pensioen ontvangt van het Pensioenfonds F. van Lanschot, en die tenminste tien (10) jaar direct voorafgaande aan zijn/haar pensionering in dienst is geweest van F. van Lanschot Bankiers N.V.;
–    de weduwe, weduwnaar of partner van een gewezen werknemer van F. van Lanschot Bankiers,die een pensioen van het Pensioenfonds van F. van Lanschot ontvangt en de gewezen werknemer tenminste tien (10) jaar direct voorafgaande in dienst is geweest van F. van Lanschot Bankiers N.V.;
–    anderszins een gewezen werknemer van F. van Lanschot Bankiers N.V., op basis van een daartoe strekkend besluit van het bestuur van de vereniging;
hierna te noemen de leden B.
Daar waar hierna genoemd “de leden” worden bedoeld zowel de leden A als de leden B.
2.  De aanmelding voor het lidmaatschap dient schriftelijk te geschieden bij het bestuur door middel van een bij het secretariaat van de vereniging te verkrijgen aanmeldingsformulier.
3.  Het bestuur beslist over de toelating tot het lidmaatschap binnen een maand na ontvangst van het aanmeldingsformulier.
Bij niet toelating geeft het bestuur de aanvrager van het lidmaatschap schriftelijk bericht daarvan.
4.  Bij niet-toelating tot het lidmaatschap staat de aanvrager binnen één maand na ontvangst van voormelde schriftelijke kennisgeving vermeldende de redenen die tot weigering van de toelating hebben geleid en vermeldende de mogelijkheid en de wijze van beroep tegen die beslissing schriftelijk beroep open op de algemene ledenvergadering.
De algemene ledenvergadering beslist in hoogste instantie over het ingestelde beroep in haar eerstvolgende vergadering die wordt gehouden nadat tenminste twee maanden zijn verlopen sedert de ontvangst door het bestuur van het beroepschrift en kan in die vergadering alsnog tot toelating besluiten.
De aanvrager wordt ten spoedigste van het desbetreffende besluit van de algemene ledenvergadering schriftelijk in kennis gesteld.
5.  De vereniging kent voorts donateurs. Uitsluitend natuurlijke personen en rechtspersonen die geen lid van de vereniging kunnen zijn, kunnen donateur worden.
Donateurs zijn verplicht tot betaling aan de vereniging van een jaarlijkse bijdrage, die tenminste gelijk is aan de door de leden aan de vereniging te betalen contributie.

AANVANG EN EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 4
1.  Het lidmaatschap van de vereniging vangt aan op de datum waarop
het bestuur casu quo de algemene ledenvergadering tot de toelating van de aanvrager heeft besloten.
2.  Het lidmaatschap eindigt:
a.  door overlijden van het lid;
b.  door schriftelijke opzegging door het lid;
c.  door schriftelijke opzegging namens de vereniging.
Deze opzegging kan geschieden wanneer een lid niet meer voldoet aan de bepalingen van artikel 3 lid 1,wanneer een lid zijn verplichtingen jegens de vereniging niet, niet tijdig of niet volledig nakomt, alsmede wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap van het betrokken lid voort te zetten;
d.   door ontzetting uit het lidmaatschap met onmiddellijke ingang.
Deze ontzetting kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, een huishoudelijk reglement of besluiten der vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
3.  Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
4.  Opzegging door het lid of namens de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar, en met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste één maand, door middel van een gedagtekende en ondertekende brief.
Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van een lid of van de vereniging redelijkerwijs niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren of indien de opzegging namens de vereniging door het bestuur is gegrond op het niet, niet tijdig of niet volledig nakomen door het lid van zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging. Ingeval van een onmiddellijke beëindiging van het lidmaatschap als in de vorige zin bedoeld, blijft de betrokkene gehouden zijn financiële verplichtingen jegens de vereniging over het gehele lopende jaar te voldoen.
5.  Een opzegging die niet voldoet aan het bepaalde in lid 4 van dit artikel, doet het lidmaatschap eindigen op éénendertig december van het jaar, volgend op het jaar waarin is opgezegd.
6.  Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
7.  Van een bestuursbesluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging, dat is gegrond op het niet, niet tijdig of niet volledig nakomen door het lid van zijn financiële verplichtingen, staat geen beroep open.
In de overige gevallen van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit, schriftelijk beroep open op de algemene ledenvergadering.
De betrokkene wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit in kennis gesteld, met opgave van redenen en onder vermelding van de mogelijkheid en de wijze van beroep daartegen. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het betrokken lid geschorst.
8.   De algemene ledenvergadering beslist in hoogste instantie over het ingestelde beroep in haar eerstvolgende vergadering die wordt gehouden nadat ten minste twee maanden zijn verlopen sedert de ontvangst door het bestuur van het beroepschrift.
Het betrokken lid wordt zo spoedig mogelijk van het desbetreffende besluit van de algemene ledenvergadering in kennis gesteld.
Wanneer de algemene ledenvergadering het ingestelde beroep gegrond acht eindigt de schorsing van het betrokken lid op de dag van de overeenkomstige uitspraak van die vergadering.
Wanneer de algemene ledenvergadering het ingestelde beroep ongegrond acht eindigt het lidmaatschap van het betrokken lid op de dag van de dienovereenkomstige uitspraak van die vergadering.
Het betrokken lid heeft toegang tot de vergadering waarin zijn beroepschrift wordt behandeld en wel uitsluitend tijdens de behandeling van het desbetreffende agendapunt.
9.  Tijdens de schorsing als vermeld in lid 7 van dit artikel kunnen door het lid geen lidmaatschapsrechten worden uitgeoefend, onverminderd het bepaalde in de laatste zin van lid 8 van dit artikel.

RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN DE LEDEN
Artikel 5
1.   Het lidmaatschap van de vereniging geeft het recht:
a.   aan de leden A en B om deel te nemen aan de algemene ledenvergaderingen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen;
b.   aan de leden B om deel te nemen aan door de vereniging georganiseerde activiteiten;
c.   aan de leden B op het ontvangen van door, of door bemiddeling van de vereniging verspreide publicaties.
2.  De leden zijn verplicht:
a.  de statuten, een huishoudelijk reglement en de besluiten van de vereniging na te leven;
b.  de jaarlijkse contributie te voldoen.
3.  Alle stukken bestemd voor de vereniging, haar bestuur en overige organen kunnen worden verzonden naar het daartoe door het bestuur bekend gemaakt adres van het secretariaat.

STRUCTUUR VAN DE VERENIGING
Artikel 6
1.  De vereniging kent de volgende organen:
–     het bestuur;
–     de algemene ledenvergadering.
2.   De vereniging kent een kascommissie welke nader is geregeld in artikel 13 lid 4.
3.   Binnen de vereniging kunnen worden ingesteld respectievelijk benoemd:
–     tijdelijk of duurzaam werkzame commissies;
–     regionale contactpersonen.
4.  De commissies, met uitzondering van de kascommissie, kunnen worden benoemd door het bestuur uit of buiten de leden.
Genoemde commissies, waaronder ten deze begrepen de in lid 2 van dit artikel genoemde kascommissie, en genoemde regionale contactpersonen zijn geen organen van de vereniging.
De in lid 3 van dit artikel genoemde regionale contactpersonen worden benoemd door het bestuur uit de leden.
Deze contactpersonen bevorderen de contacten tussen de leden, woonachtig in de betrokken regio, en de vereniging en behartigen voorzover mogelijk de belangen van die leden binnen het kader van het doel van de vereniging.
Met betrekking tot de in lid 3 van dit artikel genoemde commissies en regionale contactpersonen worden in een huishoudelijk reglement nadere regelingen vastgelegd, behalve als door middel van een statutenwijziging nadere bepalingen terzake in de statuten moeten worden opgenomen.

BESTUUR, BENOEMING VAN BESTUURSLEDEN
Artikel 7
1.   De vereniging wordt bestuurd door een bestuur, bestaande uit tenminste drie (3) en ten hoogste zeven (7) natuurlijke personen.
Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door de algemene ledenvergadering op voorstel van het bestuur, met inachtneming van voormelde grenzen.
2.   Bestuursleden, worden benoemd door de algemene ledenvergadering uit de leden.
3.   De benoeming van bestuursleden geschiedt uit een niet bindende voordracht welke voor elke vacature wordt opgemaakt door het bestuur.
Eveneens kan een zodanige voordracht worden opgemaakt door een groep van tenminste twintig (20) leden.
Een voordracht behoeft voor elke vacature slechts één (1) naam te bevatten.
4.   De voordracht(en) van het bestuur wordt (worden) bij de oproeping voor de vergadering waarin de benoeming van de bestuursleden aan de orde komt, medegedeeld.
De voordracht(en) van de leden dient (dienen) uiterlijk vier (4) weken vóór de dag der vergadering schriftelijk bij het bestuur te zijn ingediend, vergezeld van een bereidverklaring van de voorgedragen kandidaat om bij zijn benoeming tot bestuurslid die functie te aanvaarden.
De voordracht(en) van de leden wordt (worden) eveneens bij de oproeping van de desbetreffende vergadering medegedeeld.
5.   De benoeming van een bestuurslid vindt plaats uit de opgemaakte voordracht(en).
De ledenvergadering kan echter met tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen een bestuurslid benoemen buiten de opgemaakte voordracht(en) om.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP; SCHORSING; BESTUUR EEN WETTIG COLLEGE
Artikel 8
1.   Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd benoemd, te allen tijde door de ledenvergadering op een met redenen omkleed voorstel van alle overige bestuursleden of van tenminste tien (10) leden worden geschorst of ontslagen.
Een schorsing die niet binnen drie (3) maanden wordt gevolgd door een besluit tot ontslag of tot opheffing van de schorsing eindigt door het verloop van die termijn.
Tijdens de schorsing kan de betrokkene zijn bestuursfunctie niet uitoefenen.
2.   Bestuursleden worden benoemd voor een periode van ten hoogste drie (3) jaar en twee (2) maanden.
Elk jaar aan het einde van de jaarvergadering als bedoeld in artikel 14 lid 2 treedt tenminste één (1) bestuurslid af volgens een zodanig door het bestuur op te maken rooster van aftreden, dat elk bestuurslid uiterlijk aftreedt aan het einde van de jaarvergadering gehouden in het derde jaar, volgend op het jaar in de loop waarvan hij werd benoemd.
Een volgens rooster aftredend bestuurslid is terstond herbenoembaar voor eenzelfde of een kortere zittingsperiode.
Het bestuurslid dat in een tussentijdse vacature wordt benoemd neemt op het rooster van aftreden de plaats van zijn voorganger in.
3.   Bij aftreden volgens rooster blijft een bestuurslid zijn bestuursfunctie waarnemen totdat hij is herbenoemd dan wel zijn opvolger is benoemd.
4.   Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a.   door bedanken;
b.   door overlijden;
c.   door ontslag door de algemene ledenvergadering.
In het geval onder a. genoemd treedt het bestuurslid af aan het einde van de eerste bestuursvergadering, volgend op de omstandigheid welke tot zijn aftreden heeft geleid.
5.   Indien het aantal bestuursleden te eniger tijd daalt beneden drie (3), blijft het bestuur niettemin een wettig college vormen uiterlijk tot de afloop van de eerstvolgende algemene ledenvergadering, welke wordt gehouden nadat genoemde situatie is ontstaan en nadien tenminste twee (2) maanden zijn verlopen, door welke vergadering in de bestaande vacature(s) moet worden voorzien.
Binnen twee (2) weken nadat genoemde situatie is ontstaan verzoekt het bestuur aan de leden, onder opgave van de datum van de desbetreffende algemene ledenvergadering, om een voordracht op te maken overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.

BESTUURSFUNCTIES; BESTUURSVERGADERINGEN; BESLUITVORMING DOOR HET BESTUUR
Artikel 9
1.   Het bestuur kent de functies van voorzitter, secretaris en penningmeester.
De ledenvergadering wijst uit de bestuursleden, op voorstel van het bestuur, de voorzitter aan.
De bestuursleden verdelen de overige bestuursfuncties en de werkzaamheden van het bestuur in onderling overleg met inachtneming van de specifieke taken van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het bestuur.
2.   Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of twee andere bestuursleden dit wenselijk achten, doch tenminste éénmaal per kwartaal.
De oproeping voor een bestuursvergadering geschiedt schriftelijk door de secretaris op een termijn van tenminste twee (2) weken onder vermelding van de agenda en onder toevoeging van de bij de agenda behorende bijlagen.
3.   De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door het bestuur wordt aangewezen.
Bestuursleden kunnen staande de vergadering agendapunten inbrengen mits met toestemming van de voorzitter van de vergadering.
4.   Ieder bestuurslid brengt ter vergadering één stem uit.
Bestuursleden kunnen zich op een vergadering niet laten vertegenwoordigen.
5.   Geldige besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen in een vergadering, waarin meer dan de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is.
Stemming over zaken geschiedt mondeling.
Stemming over personen geschiedt schriftelijk, tenzij de meerderheid van de aanwezige bestuursleden anders bepaalt.
Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.
Bij staken van stemmen wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
6.   Een unanieme schriftelijke verklaring van de gezamenlijk fungerende bestuursleden heeft dezelfde rechtstkracht als een besluit, hetwelk op geldige wijze werd genomen in een vergadering van het bestuur.
Een zodanige verklaring wordt bewaard bij de notulen.
7.   Van het in een bestuursvergadering verhandelde worden notulen gehouden door de secretaris en bij diens afwezigheid door degene, die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen.
Deze notulen worden in de volgende vergadering door het bestuur vastgesteld en ten blijke daarvan, door de dan fungerende voorzitter en notulist ondertekend.
8.   Overige regelingen inzake de bestuursvergaderingen worden door het bestuur in onderling overleg vastgesteld.

BESTUURSTAAK EN BESTUURSBEVOEGDHEID; DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 10
1.   Behoudens de beperkingen volgens de statuten en de wet is het bestuur belast met het besturen van de vereniging, waaronder begrepen het uitvoeren van de besluiten van de algemene ledenvergadering.
2.   De voorzitter, de secretaris en de penningmeester vormen tezamen het dagelijks bestuur van de vereniging en zijn als zodanig in het bijzonder belast met de dagelijkse gang van zaken, onder verantwoordelijkheid van het bestuur.

VERTEGENWOORDIGING
Artikel 11
De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door twee (2) gezamenlijk handelende leden van het bestuur, waaronder te allen tijde een lid van het dagelijks bestuur.
De vereniging kan aan de penningmeester volmacht verlenen om binnen bepaalde grenzen zelfstandig te beschikken over de geldmiddelen van de vereniging.

GELDMIDDELEN
Artikel 12
1.   De geldmiddelen van de vereniging omvatten:
a.   de contributies van de leden;
b.   subsidies;
c.   erfstellingen, legaten en schenkingen;
d.   alle overige wettig verworven baten.
2.   Wanneer het lidmaatschap wordt beëindigd in de loop van een verenigingsjaar is de contributie over dat jaar geheel verschuldigd.
Het bestuur kan terzake ontheffing verlenen op grond van bijzondere omstandigheden.

VERENIGINGSJAAR; JAARVERSLAG; JAARREKENING; REKENING EN VERANTWOORDING
Artikel 13
1.   Het verenigingsjaar loopt gelijk met het kalenderjaar.
2.   Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging, zodanig aantekeningen te houden, dat daaruit te allen tijde de rechten en de verplichtingen van de vereniging kunnen worden gekend.
3.   Op de jaarvergadering als bedoeld in artikel 14 lid 2 brengt het bestuur zijn jaarverslag over het afgelopen verenigingsjaar uit en doet het bestuur, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten – de jaarrekening -, rekening en verantwoording over zijn, in dat verenigingsjaar gevoerde bestuur.
Goedkeuring van de jaarrekening strekt het bestuur tot décharge voor zijn bestuurswerkzaamheden gedurende dat verenigingsjaar voorzover die werkzaamheden uit de overgelegde stukken blijken.
4.   De vereniging kent een kascommissie bestaande uit drie (3) leden.
Indien deze kascommissie tijdelijk uit twee (2) leden bestaat, blijft de commissie bevoegd.
De commissie heeft tot taak het onderzoeken van de jaarrekening over het afgelopen verenigingsjaar en brengt de algemene ledenvergadering schriftelijk verslag uit van haar bevindingen.
Ieder jaar treedt één lid van de kascommissie af volgens een door de commissie op te stellen rooster van aftreden, welk rooster zodanig dient te zijn opgesteld dat elk lid van de kascommissie aftreedt, onmiddellijk na afloop van de jaarvergadering, gehouden in het derde jaar na zijn laatste (her)benoeming.
De benoeming van de leden van de kascommissie geschiedt door de algemene ledenvergadering.
5.   Het bestuur is verplicht aan de kascommissie alle gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden van de vereniging te tonen en inzage van de boeken en bescheiden van de vereniging te geven.
De last van de kascommissie kan tussentijds door de algemene ledenvergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere kascommissie.

ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 14
1.   Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2.   Jaarlijks, in de maand april of mei wordt een algemene ledenvergadering – de jaarvergadering -, gehouden.
3.   In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a.   de voorziening in vacatures in het bestuur;
b.   de benoeming van een lid casu quo – bij meer vacatures in de kascommissie – leden van de kascommissie;
c.   het jaarverslag en de jaarrekening over het afgelopen verenigingsjaar;
d.   het verslag van de kascommissie over het afgelopen verenigingsjaar;
e.   de definitieve begroting voor het lopende verenigingsjaar en de voorlopige begroting voor het komende verenigingsjaar;
f.    vaststelling van de contributie voor het komende verenigingsjaar.
4.   Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit wenst, of tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte der stemmen op basis van het aantal leden per één januari van het betreffende verenigingsjaar, dit schriftelijk aan het bestuur onder opgave van redenen en van de te behandelen agendapunten verzoekt.
In het laatste geval is het bestuur verplicht tot het bijeenroepen van een vergadering op een termijn van niet langer dan vier (4) weken.
Indien aan het verzoek binnen veertien (14) dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot de bijeenroeping overgaan, door oproeping overeenkomstig het bepaalde in artikel 15.

BIJEENROEPING ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 15
1.   De algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur, onverminderd het bepaalde in artikel 14 lid 4 en worden gehouden binnen Nederland, ter plaatse als te bepalen door degene(n) die de oproeping voor de vergadering doet (doen) uitgaan.
2.   De oproeping geschiedt schriftelijk aan de adressen van de leden.
De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste vier (4) weken.
Bij de oproeping tot een algemene ledenvergadering worden vermeld de plaats, de datum en het tijdstip daarvan, alsmede de agendapunten.
Bij de toezending van de agenda worden de leden erop gewezen dat e lk lid recht heeft om tot één (1) week vóór de vergadering desgevraagd de vergaderstukken toegezonden te krijgen.
Zodra een lid tijdig schriftelijk het bestuur om deze stukken heeft verzocht zal het bestuur voor tijdige toezending zorgdragen, zodanig dat het lid in de gelegenheid is om de stukken voor de vergadering te bestuderen.
Een groep van tenminste twintig (20) leden heeft het recht agendapunten voor de behandeling in de algemene ledenvergadering schriftelijk bij het bestuur in te dienen, behoudens het geval dat het betreft een vergadering als bedoeld in artikel 14 lid 4.
Door de leden ingediende agendapunten dienen uiterlijk vier (4) weken voor de vergadering in het bezit te zijn van het bestuur.
Het bestuur neemt de door de leden ingediende agendapunten in de agenda op tenzij zwaarwegende belangen van de vereniging zich daartegen verzetten.
3.   In een algemene ledenvergadering kan uitsluitend rechtsgeldig worden besloten ten aanzien van geagendeerde punten.
In spoedeisende gevallen kan een agendapunt staande de vergadering worden toegevoegd mits hiertoe wordt besloten met tenminste twee/derde van de stemmen.
De voorzitter van de vergadering bepaalt op welk moment de vergadering een aldus ingelast agendapunt zal behandelen.

TOEGANG EN STEMRECHT
Artikel 16
1.   Toegang tot de algemene ledenvergadering hebben alle leden.
Over toegang tot de algemene ledenvergadering van anderen beslist het bestuur.
2.   Stemgerechtigd zijn de leden.
Elk lid heeft één stem.
3.   Een lid kan zijn stem bij schriftelijke volmacht door een ander lid laten uitbrengen, met dien verstande dat een lid ten hoogste vijf (5) stemmen als gevolmachtigde kan uitbrengen; bestuursleden kunnen niet als gevolmachtigde optreden.

VOORZITTERSCHAP; NOTULEN
Artikel 17
1.   De algemene ledenvergadering wordt geleid door de voorzitter van het bestuur.
Bij afwezigheid van de voorzitter ter vergadering treedt één der andere bestuursleden, door het bestuur aan te wijzen, als voorzitter op.
Echter in geval het betreft een ledenvergadering als bedoeld in artikel 14 lid 4, wordt door die vergadering zelf in haar voorzitterschap voorzien, hetgeen eveneens plaatsvindt wanneer de bestuursleden niet ter vergadering aanwezig zijn.
2.   Van het verhandelde in de algemene ledenvergadering worden door de secretaris van het bestuur en bij diens afwezigheid door degene die daartoe door de voorzitter van de vergadering wordt aangewezen, notulen gehouden, welke notulen door de voorzitter en de notulist van de desbetreffende vergadering worden vastgesteld en ten blijke daarvan worden getekend.
Deze notulen worden aan de volgende algemene ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd en ten blijke van die goedkeuring door de dan fungerende voorzitter en notulist getekend.

BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 18
1.   Voorzover de statuten niet anders bepalen, worden alle besluiten door de algemene ledenvergadering genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
2.   Blanco stemmen en ongeldige stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
3.   Over zaken wordt mondeling gestemd, over personen schriftelijk, onverminderd de mogelijkheid om op voorstel van de voorzitter van de vergadering een besluit te nemen bij acclamatie.
4.   Indien bij een verkiezing van personen geen van de kandidaten het vereiste aantal stemmen heeft verkregen, wordt herstemd over de twee (2) kandidaten, die in eerste instantie de meeste stemmen op zich verenigden.
Mochten bij gelijkheid van stemmen-aantal meer dan twee (2) personen voor de herstemming in aanmerking komen, dan wordt door een tussenstemming uitgemaakt over welke twee van hen zal worden herstemd, dan wel over wie van het samen met de kandidaat die in eerste instantie het hoogste aantal stemmen verwierf, zal worden herstemd.
Bij herstemming en tussenstemming is diegene verkozen, die de meeste stemmen op zich verenigt.
Indien bij een herstemming of tussenstemming de stemmen staken beslist het lot.
5.   Staken de stemmen bij een andere stemming, dan wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.

STATUTENWIJZIGING
Artikel 19
1.   In de statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de algemene ledenvergadering, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld.
2.   Zij die de oproeping tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste twee (2) weken vóór de dag van die vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op twee of meer daartoe geschikte plaatsen voor de leden ter inzage leggen tot de afloop van de dag, waarop de vergadering wordt gehouden.
De plaatsen waar het voorstel voor de statutenwijziging ter inzage ligt, worden bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.
3.   Een besluit tot wijziging van de statuten behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin tenminste tien procent (10 %) van de leden van de vereniging, op basis van het aantal per één januari van het desbetreffende verenigingsjaar, aanwezig of vertegenwoordigd is.
4.   Wanneer in een vergadering, waarin een voorstel voor een statutenwijziging aan de orde komt, niet het overeenkomstig lid 3 vereiste aantal leden aanwezig of vertegenwoordigd is, wordt, niet eerder dan zes (6) en niet later dan tien (10) weken na de eerste vergadering een volgende algemene ledenvergadering – de tweede vergadering – gehouden, in welke tweede vergadering een besluit tot wijziging van de statuten kan worden genomen, ongeacht het aantal ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden doch met een meerderheid van tenminste tweede/derde van de uitgebrachte stemmen.
Bij de oproeping voor de tweede vergadering wordt medegedeeld dat het een tweede vergadering betreft als bedoeld in dit artikel en dat aldaar kan worden besloten over de voorgestelde statutenwijziging ongeacht het aantal ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigde leden.
Het voorstel voor de statutenwijziging wordt wederom terinzage gelegd als voorgeschreven in lid 2, waarvan in de oproeping tot de tweede vergadering melding wordt gemaakt.
5.   Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
De leden van het bestuur zijn, zowel gezamenlijk als elk van hen afzonderlijk, bevoegd om de gewijzigde statuten in een notariële akte te doen neerleggen en om deze akte te tekenen.

ONTBINDING EN VEREFFENING

Artikel 20
1.   De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de algemene ledenvergadering.
Het bepaalde in artikel 19 lid 1 tot en met 4 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
2.   Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de ontbonden vereniging, tenzij bij het besluit tot ontbinding andere vereffenaars worden aangewezen.
3.   De bestemming van het batig saldo wordt, op voorstel van het bestuur, bepaald door de algemene ledenvergadering bij het besluit tot ontbinding, welke bestemming zoveel mogelijk in overeenstemming met het doel van de vereniging dient te zijn.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT
Artikel 21
1.   De algemene ledenvergadering kan, op voorstel van het bestuur, een huishoudelijk reglement vaststellen en kan in een aldus vastgesteld reglement aanvullingen en wijzigingen aanbrengen.
2.   Een reglement mag niet in strijd zijn met de wettelijke bepalingen, ook waar deze geen dwingend recht bevatten, noch met de statuten.

SLOTBEPALING
Artikel 22  
Na aldus de statuten van de vereniging te hebben vastgesteld, verklaarden de comparanten dat voor de eerste maal zullen optreden als leden van het bestuur:
1.   de comparant sub 1, als voorzitter;
2.   de heer drs. Johannes Remijn, paspoort nummer NP3F8BHC4, wonende te Drunen (gemeente Heusden), Bellinipark 40 (postcode 5151 LL), geboren te ’s‑Heerenhoek op achttien september negentienhonderdtweeënveertig, gehuwd, als secretaris;
3.   de comparant sub 2, als penningmeester.

SLOT
De comparanten zijn mij, notaris, bekend.
Deze akte is in minuut verleden ‘s-Hertogenbosch op de datum als aan het begin van deze akte vermeld.
Alvorens tot het verlijden van deze akte te zijn overgegaan, heb ik, notaris, van de inhoud aan de comparanten mededeling gedaan en heb daarop toelichting gegeven.
De comparanten hebben verklaard tijdig voor het verlijden van deze akte van de inhoud te hebben kennis genomen en op volledige voorlezing van deze akte geen prijs te stellen.

Onmiddellijk daarna is deze akte beperkt voorgelezen en door de comparanten en mij, notaris, ondertekend.

HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Leden:
Artikel 1: 
Diegenen -of hun nagelaten betrekkingen- die direct vanuit een functie bij de bank zijn
gepensioneerd (of vande VUT gebruik hebben gemaakt) vormen de leden B.
Diegenen die ná Van Lanschot een andere werkgever hebben gehad vóór hun
pensionering maar die een uitkering van de Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot
ontvangen, vormen de leden A.
Voor beide groepen behartigt de VGL de belangen in relatie tot de Stichting
Pensioenfonds F. van Lanschot, terwijl daarnaast voor de leden B ook de sociale
aspecten aandacht krijgen.
2. Lid is ieder die beantwoordt aan de omschrijving gegeven in de statuten (art. 3 lid 1)
en door het bestuur is geaccepteerd.
Leden hebben de in de statuten neergelegde rechten en verplichtingen.

Lidmaatschap:
Artikel 2:
1. Men wordt als lid ingeschreven wanneer men zich als zodanig schriftelijk heeft aangemeld bij het
secretariaat van de vereniging en door het bestuur is geaccepteerd, alsook de verschuldigde
contributie heeft voldaan.
2. Wanneer het lidmaatschap wordt beëindigd als gevolg van het overlijden van het lid, dan
wordt de partner lid van de vereniging tenzij deze te kennen geeft hierop geen prijs te
stellen.

Geldmiddelen:
Artikel 3:
1. De contributie wordt jaarlijks vastgesteld door de algemene vergadering op voordracht van
het bestuur. Voor het jaar 2008 bedraagt deze € 25,–.
2. De contributie wordt betaald door middel van incasso waarvoor een machtiging is
ondertekend en gezonden naar het secretariaat van de vereniging; in bijzondere gevallen
kan in overleg met de penningmeester een andere wijze van betaling worden
overeengekomen.

Bestuur:
Artikel 4:
1. Benoeming van de leden van het bestuur geschiedt op de wijze zoals in de statuten
omschreven.
2. De voorzitter stelt in overleg met de overige bestuursleden een rooster van aftreden vast.
Dit rooster dient zodanig te zijn dat de voorzitter, secretaris en penningmeester niet in het
zelfde jaar aftreden en dat de voorzitter en de vice-voorzitter eveneens niet in het zelfde
jaar aftreden
3. De door het bestuur voorgestelde bestuurskandidaten moeten in de oproep van de algemene
ledenvergadering worden bekend gemaakt.
4. Trekt een door het bestuur gestelde kandidaat zich terug, dan kunnen staande de
vergadering andere kandidaten worden voorgesteld.
5. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur en de algemene ledenvergaderingen.
6. De secretaris houdt de notulen bij, beheert het archief, voert de correspondentie en brengt
aan de algemene ledenvergadering verslag uit van de verrichtingen van de vereniging.
7. De penningmeester voert het financiële beheer en doet daarvan rekening en verantwoording
aan de algemene ledenvergadering. Hij stelt in overleg met de andere bestuursleden een
jaarbegroting op waarvan de leden kunnen kennisnemen. De jaarstukken van de
penningmeester dienen vergezeld van het verslag van de kascontrolecommissie aan de
algemene ledenvergadering ter goedkeuring te worden voorgelegd.
8. De penningmeester is tegenover het bestuur te allen tijde tot opening der boeken gehouden.
9. Van het dagelijks bestuur zijn de voorzitter, de secretaris en de penningmeester ieder afzonderlijk
bevoegd namens de vereniging te tekenen.

Algemene Ledenvergadering:
Artikel 5:
1. De algemene ledenvergaderingen, waarvoor zowel de leden A als B worden uitgenodigd,
worden gehouden en bijeengeroepen als in de statuten bepaald.
2. De wijze van stemmen wordt, met inachtneming van art. 18 lid 3 van de statuten,  door het
bestuur geregeld.
3. Besluitvorming over pensioenaangelegenheden en zaken van algemene aard kan slechts plaatsvinden
in de Algemene Ledenvergadering(en).

Vergaderingen en bijeenkomsten ten behoeve van de leden B:
Artikel 6:
1. In vergaderingen en bijeenkomsten uitsluitend ten behoeve van de leden B kan slechts worden
besloten over onderwerpen ter zake van het bevorderen van de onderlinge
saamhorigheid tussen deze leden, het bevorderen van de binding met Van Lanschot
Bankiers N.V. en over het bevorderen van de rol die de leden (kunnen) spelen als
ambassadeur van Van Lanschot Bankiers N.V.
2. Besluitvorming geschiedt met meerderheid van stemmen van de ter vergadering aanwezige
leden. Voorwaarde is dat tenminste de helft van de bestuursleden op deze vergadering aanwezig is.

Informatieverstrekking:
Artikel 7:
1. De vereniging kan een cluborgaan uitgeven, al dan niet bedoeld uitsluitend ter interne
voorlichting aan de leden dan wel gebruik maken van het Internet via een eigen website.

Commissies:
Artikel 8:
1. Het bestuur kan zo nodig commissies van advies en bijstand benoemen die, al naar
gelang het bestuur dit noodzakelijk acht, een tijdelijk of permanent karakter kunnen hebben.
2. In commissies over pensioenaangelegenheden kunnen zowel leden A als leden B worden
benoemd. In commissies over zaken als bedoeld in artikel 6.1 kunnen slechts leden B
worden benoemd.
3. Bij de instelling van een commissie stelt het bestuur in het besluit tot instelling
uitdrukkelijk schriftelijk vast welke de taakopdracht, de bevoegdheid, de samenstelling
en de werkwijze van de commissie zal zijn.
4. Het bestuur benoemt de leden van de commissie. Het lidmaatschap van een commissie
eindigt door beëindiging van het lidmaatschap van de vereniging, of op eigen verzoek,
of bij beëindiging van de taak.
5. De leden van de kascontrole-commissie worden jaarlijks in de algemene jaarvergadering
benoemd.

Onkostenvergoeding:
Artikel 9:
1. Aan de leden van het bestuur kan, volgens daartoe door het bestuur op te stellen regels een
vergoeding voor gemaakte onkosten worden gegeven.

Slotartikel:
Artikel 10:
1. In gevallen waarin de statuten of het huishoudelijk reglement (concept) niet voorzien
beslist het bestuur onder inachtneming van het eventueel terzake in de wet bepaalde.

Richtlijn Financieel Beheer VGL

Het doel van deze richtlijn is het zodanig registreren van de ontvangsten en uitgaven  van de VGL om op adequate wijze verantwoording te kunnen afleggen aan de leden en de sponsoren.

De ontvangsten
De VGL kent in hoofdlijnen twee bronnen van ontvangsten t.w. de contributie van de leden en de bijdragen van sponsoren. Wat dit laatste betreft thans alleen nog Van Lanschot Bankiers N.V. Zie ook art. 12 van de Statuten voor de overige mogelijke geldmiddelen van de vereniging.
Het verantwoorden van de volledigheid van de ontvangsten is primair de taak van de penningmeester terwijl de secretaris in dit kader als taak heeft zorg te dragen voor de volledigheid van de ledenadministratie en het vastleggen van de toegezegde sponsorbijdragen.
De inrichting van deze administratie is de primaire taak van de penningmeester en de secretaris.Van belang hierbij is dat deze registraties zodanig zijn opgezet dat ze gemakkelijk toegankelijk zijn voor de andere bestuursleden en vooral voor de kascontrolecommissie en dat daaruit snel een de gewenste informatie gehaald kan worden.
Door de penningmeester wordt ten behoeve van het bestuur per kwartaal een staat van baten en lasten gemaakt.

De uitgaven
Aan de uitgavenkant zullen meerdere categorieën zijn te onderscheiden zijn. Deze hebben echter een eigenschap gemeenschappelijk n.l.: Alle uitgaven moeten in het directe belang van de leden van de VGL zijn gedaan. De verantwoordelijkheid om dit te bereiken ligt bij het bestuur als geheel.
Aan de uitgavenkant zijn in hoofdlijnen drie kosten categorieën te onderscheiden.
1)      De bestuurskosten
2)      De kosten van activiteiten georganiseerd (door en) ten behoeve van de leden
3)   Overige kosten

Ad 1) Bestuurskosten.
Hieronder vallen de kosten die het bestuur maakt om de vereniging te kunnen besturen. Als belangrijkste kosten worden genoemd (externe) kosten secretariaat, kosten die gemaakt worden voor de ledenvergadering en reiskosten. De kosten worden vergoed op basis van een declaratie en of een externe factuur.
Indien er commissies in het leven geroepen worden beslist het bestuur over het eventuele vergoeden van kosten welke door de commissie kunnen worden gemaakt. Om deze commissiekosten beheersbaar te houden dient vooraf een kostenraming aan het bestuur te worden voorgelegd en te worden gefiatteerd.
Indien kilometerkosten of kosten openbaar vervoer kunnen worden gedeclareerd geldt eveneens vooraf toestemming van het bestuur. De te declareren km kosten volgens het fiscaal
voor dat jaar goedgekeurde tarief .
De te declareren reiskosten bestuur betreffen alleen de reiskosten voor bestuursactiviteiten en niet voor evenementen waaraan ook leden kunnen deelnemen.
Ad 2) De kosten van activiteiten georganiseerd (door en) ten behoeve van de leden.
Om deze kosten beheersbaar te houden wordt vooraf door het bestuur, eventueel in overleg met de organiserende leden, een kostenraming afgesproken dan wel er wordt en taakstellend budget overeengekomen. Het bestuur legt dit vast in een bestuursbesluit.

Ad 3) Overige kosten.
Voor deze kostencategorie geldt dat vooraf goedkeuring wordt verleend en dat op basis van een declaratie en of externe factuur wordt vergoed. Uiteraard moet de uitgave passen binnen de doelstelling van de Vereniging.

Fiattering van de kosten
Voor de bestuurskosten geldt als uitgangspunt dat voor alle gemaakte kosten een declaratie wordt gemaakt met bijvoeging van de externe factuur en voor kilometerkosten wordt het doel van de rit aangegeven. Degene die de declaratie indient bij de penningmeester ondertekent deze. De penningmeester fiatteert en betaalt uit. Declaraties van de penningmeester worden door de voorzitter van het bestuur getekend voor akkoord
Kosten voor een activiteit georganiseerd voor de leden of door de leden, worden door het lid van het bestuur dat verantwoordelijk is voor de organisatie van deze activiteit gefiatteerd. De penningmeester controleert (ligt er een bestuursbesluit aan ten grondslag?) en betaalt uit. Indien de penningmeester het verantwoordelijke bestuurslid is voor deze activiteit fiatteert de voorzitter en betaalt de penningmeester uit.
Voor de overige kosten geldt in principe dezelfde fiatteringsprocedure als voor de kosten georganiseerd voor de leden.

Regeling tekenbevoegdheid op de bankrekening van de VGL
Aangaande de tekenbevoegdheid is in de vergadering van 20 februari 2008 het volgende
besloten:
De leden van het dagelijks bestuur zijn ieder afzonderlijk bevoegd tot het tekenen van betalingsopdrachten. Daar de betalingen via internet worden uitgevoerd zal de penningmeester de in de voorgaande periode verrichte betalingen verantwoorden.

Het bestuur
februari 2008

Reglement van het Verantwoordingsorgaan van Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot

Artikel 1.        Definities
Reglement van het Verantwoordingsorgaan van Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot overeenkomstig artikel 11 van de statuten van de Stichting Pensioenfonds F. van Lanschot. Voor dit reglement zijn de begripsomschrijvingen van de statuten van de Stichting pensioenfonds F. van Lanschot van toepassing.

Artikel 2.        Samenstelling van het verantwoordingsorgaan
1.   Het verantwoordingsorgaan bestaat uit minimaal drie leden: een namens de kring van deelnemers, een namens de kring van pensioengerechtigden en een vertegenwoordiger namens de vennootschap. Indien het aantal leden van het verantwoordingsorgaan bestaat uit meer dan 3 leden, dan wordt het aantal leden bepaald op zes.
2.   De vertegenwoordigers van de deelnemers, de pensioengerechtigden en de werkgever worden als volgt benoemd:
a) de vertegenwoordiger(s) van de deelnemers wordt benoemd door de
Ondernemingsraad;
b) de vertegenwoordiger(s) van de pensioengerechtigden wordt benoemd door de
Vereniging van gepensioneerden;
c) de vertegenwoordiger(s) van de werkgever wordt benoemd door de Raad van
Bestuur van de vennootschap.
Het bestuur kan voor de leden van het verantwoordingsorgaan een profiel opstellen. Het bestuur evalueert het profiel periodiek. Voorstellen voor wijziging van dit profiel kunnen worden gedaan door het verantwoordingsorgaan. Het bestuur stelt het profiel vast.
3.   De leden dienen te voldoen aan de normen van de Nederlandsche Bank ten aanzien van deskundigheid en integriteit.
4.   Het lidmaatschap van het verantwoordingsorgaan is niet verenigbaar met een andere functie binnen het fonds.
5.   De leden van het verantwoordingsorgaan worden benoemd voor een periode van drie jaar en komen voor herbenoeming in aanmerking.
6.   Het lidmaatschap van het verantwoordingsorgaan eindigt door:
a) het verstrijken van de zittingsduur;
b) het bedanken door het betreffende lid;
c) bij vertegenwoordigers van de deelnemers: bij beëindiging van het dienstverband met
de vennootschap;
d) een tegenstrijdig belang tussen het lid van het verantwoordingsorgaan en het fonds;
e) onder curatele stelling, onder bewind plaatsing of faillissement;
f) overlijden of blijkens verklaring van vermoedelijk overlijden;
g) ontslag door het benoemend orgaan.
7.   Indien volgens het rooster van aftreden een vacature ontstaat, stelt het verantwoordingsorgaan het bestuur van het fonds daarvan binnen veertien dagen schriftelijk in kennis. Het bestuur verzoekt, afhankelijk van de geleding waarin de vacature ontstaat, de desbetreffende geleding zo spoedig mogelijk te voorzien in de vacature. Vervolgens zal het bepaalde in lid 2 van toepassing zijn.
8.  Ingeval tussentijds een vacature ontstaat, zal lid 6 van overeenkomstige toepassing zijn. Het nieuw te benoemen lid neemt de plaats in van het afgetreden lid (ook wat betreft de resterende zittingsduur).
9.   Gedurende het bestaan van een vacature behoudt het verantwoordingsorgaan zijn volledige bevoegdheden.

Artikel 3.        Rechten en bevoegdheden van het verantwoordingsorgaan
1.   Het verantwoordingsorgaan is bevoegd jaarlijks een oordeel te geven over:
•    het handelen van het bestuur in algemene zin;
•    het door het bestuur gevoerde beleid in het afgelopen kalenderjaar;
•    de beleidskeuzes die op de toekomst betrekking hebben;
•    de naleving van de “Principles Pension Fund Governance” door het bestuur.
2.   Het verantwoordingsorgaan geeft het oordeel als bedoeld in lid 1 uiterlijk op 15 juni van ieder jaar aan de hand van het jaarverslag, de jaarrekening, alle andere door het bestuur verstrekte relevante informatie en – voor zover in het desbetreffende jaar plaatsgevonden – de bevindingen van de visitatiecommissie.
3.   Het bestuur verschaft het verantwoordingsorgaan uiterlijk op 31 mei van ieder jaar alle stukken die het voor de uitoefening van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.
4.   Het verantwoordingsorgaan heeft in het kader van de oordeelsvorming recht op overleg met het bestuur, alsmede op overleg met de visitatiecommissie over diens bevindingen, de externe accountant en de externe actuaris.
5.   Het verantwoordingsorgaan verstrekt het oordeel als bedoeld in lid 1 schriftelijk en beargumenteerd aan het bestuur. Het oordeel wordt, samen met de reactie van het bestuur daarop als bedoeld in lid 7, bekend gemaakt en opgenomen in het jaarverslag.
6.   Het verantwoordingsorgaan adviseert het bestuur desgevraagd of uit eigen beweging over:
•    het vaststellen en wijzigen van de vergoedingsregeling voor bestuursleden;
•    het wijzigen van het beleid ten aanzien van het verantwoordingsorgaan;
•    de vorm, inrichting en samenstelling van de visitatiecommissie;
•    het vaststellen en wijzigen van een interne klachten- en geschillenprocedure;
•    het vaststellen en wijzigen van het communicatie- en voorlichtingsbeleid.
Het bestuur zal het verantwoordingsorgaan tijdig informeren, zodat het advies van het verantwoordingsorgaan van wezenlijke invloed kan zijn.
7.   Het bestuur informeert het verantwoordingsorgaan zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed, indien het ontvangen advies niet of niet geheel wordt overgenomen.
8.   Het verantwoordingsorgaan is, in overleg met het bestuur, bevoegd deskundigen te raadplegen. Het bestuur wordt hiervan vooraf op de hoogte gebracht, alsmede van de te verwachten kosten.
9.   Indien het verantwoordingsorgaan van oordeel is dat het bestuur niet naar behoren functioneert, kan het zich – na raadpleging van de visitatiecommissie- wenden tot de Ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam met het verzoek:
•    een onderzoek te bevelen naar het beleid van en de gang van zaken binnen het fonds;
•    het functioneren van het bestuur als zodanig te toetsen.
10.Tot een verzoek als bedoeld in lid 9 kan slechts worden besloten indien alle leden tijdens een vergadering aanwezig zijn en ten minste tweederde van de leden daarmee instemt.
11.Alvorens een verzoek als bedoeld in lid 9 in te dienen, zal het verantwoordingsorgaan dit voornemen schriftelijk (en beargumenteerd) melden aan het bestuur en het bestuur de gelegenheid geven hierop te reageren.

Artikel 4.        Vergaderingen van het verantwoordingsorgaan
1.   Het verantwoordingsorgaan wijst uit zijn midden een voorzitter, zijn plaatsvervanger en een secretaris aan, met dien verstande dat het voorzitterschap niet wordt vervuld door een voormalig lid van het bestuur van het fonds.
De voorzitter heeft de leiding over de vergaderingen. De secretaris zorgt voor de verslaglegging van de vergaderingen, verzorgt de correspondentie en is verantwoordelijk voor het archief.
2.   Het verantwoordingsorgaan komt ten minste twee keer per jaar bijeen of zo dikwijls als twee/derde van de leden van het verantwoordingsorgaan daarom hebben verzocht.
3.   Geldige besluiten kunnen worden genomen wanneer tenminste de meerderheid van de leden van het verantwoordingsorgaan aanwezig is, dan wel vertegenwoordigd wordt. Van vertegenwoordiging is sprake als het afwezige lid een aanwezig lid schriftelijke gevolmachtigd heeft tijdens de vergadering zijn/haar stem uit te brengen.
4.   Als aan het bepaalde in lid 3 is voldaan, worden alle besluiten van het verantwoordingsorgaan genomen bij volstrekte meerderheid van stemmen van de ter vergadering aanwezige of vertegenwoordigde leden, tenzij in dit reglement nadrukkelijk anders is bepaald.
5.   Bij staking van stemmen over zaken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij staking van stemmen over personen, vindt er een herstemming plaats. Als bij herstemming de stemmen opnieuw staken beslist het lot.
6.   Het stemmen geschiedt schriftelijk indien ten minste één lid daarom verzoekt.

Artikel 5.        Vergaderingen van het verantwoordingsorgaan met het bestuur
1.   Het bestuur en het verantwoordingsorgaan komen ten minste een keer per jaar in overleg bijeen in het kader van de oordeelsvorming door het verantwoordingsorgaan (zie artikel 3 lid 4) en zoveel vaker als in onderling overleg wordt vastgesteld.
2.   Ingeval het bestuur verzoekt tot overleg, wordt het verzoek gericht aan de voorzitter van het verantwoordingsorgaan. Ingeval het verantwoordingsorgaan daartoe verzoekt, zal het verzoek worden gericht aan de voorzitter van het bestuur.
3.   De voorzitter van het bestuur treedt op als voorzitter van de vergadering.
4.   Het bestuur bespreekt met het verantwoordingsorgaan hetgeen in artikel 3 lid 1 is vermeld.
5.   Het bestuur draagt zorg voor de verslaglegging.

Artikel 6.        Voorzieningen en vergoedingen leden verantwoordingsorgaan
1.   Op verzoek van het verantwoordingsorgaan zal door het bestuur bij de vennootschap een ruimte worden gereserveerd, waarin het verantwoordingsorgaan haar werkzaamheden kan verrichten. Op verzoek van het verantwoordingsorgaan zorgt het bestuur voor adequate secretariële ondersteuning.
2.   Het bestuur stelt een regeling vast inzake de vergoeding voor de leden.
3.   Het verantwoordingsorgaan is zelf verantwoordelijk voor de deskundigheid, die nodig is om de functie te kunnen uitoefenen. Tussen het bestuur en het verantwoordingsorgaan worden afspraken gemaakt over de (kosten van) te volgen opleidingen.

Artikel 7.        Geheimhouding
De leden van het verantwoordingsorgaan mogen geen informatie met betrekking tot hun werkzaamheden voor het fonds, dan wel niet publieke informatie, waarvan zij in het kader van hun werkzaamheden als lid van het verantwoordingsorgaan kennis nemen, aan derden bekend maken. Indien een lid van het verantwoordingsorgaan meent dat op deze regel in een bepaald geval een uitzondering moet worden gemaakt, zal hierover vooraf overleg gepleegd worden met het bestuur, dat uiteindelijk beslist of een uitzondering op de geheimhoudingsplicht kan worden gemaakt. Deze verplichting geldt ook na beëindiging van het lidmaatschap van het verantwoordingsorgaan.

Artikel 8.        Onvoorzien
In het geval dit reglement niet voorziet in een ontstane situatie overleggen de voorzitters van het bestuur en het verantwoordingsorgaan over de te volgen procedure.

Artikel 9.        Inwerkingtreding en wijziging van het reglement
1.   Dit reglement is in werking getreden op 1 januari 2008.

2.   Dit reglement is vastgesteld door het bestuur. Dit reglement kan nadien door het bestuur worden gewijzigd na het verantwoordingsorgaan gehoord te hebben.